PCM als klimaatinstallatie

PCM staat voor Phase Change Material oftewel Fase Overgangs Materiaal (FOM) en maakt gebruik van het fysisch verschijnsel van het - bij een bepaald temperatuur - opnemen van warmte bij het smelten en het afgeven van warmte bij het stollen. Dit wordt ook wel latente smeltingswarmte c.q. stollingswarmte genoemd.

Een dagelijks voorbeeld van PCM is een bak water van 0?C met hierin ijsblokjes. Bij het smelten van de ijsblokjes wordt veel energie opgenomen, terwijl de temperatuur 0?C blijft. Dit noemt men latente warmte. Voert men dezelfde hoeveelheid energie weer af dan zal water in ijs overgaan bij een gelijkblijvend watertemperatuur. De toe- en afgevoerde energie in de vorm van warmte wordt dus alleen maar gebruikt voor het veranderen van de aggregatietoestand van een materiaal en niet voor temperatuurverhoging of verlaging van het materiaal.

In gebouwen kan dit principe worden gebruikt voor het verwarmen en koelen door gebruik te maken van de gratis aanwezige warmte overdag (zoninstraling, interne warmtelast) en afkoeling/ nachtventilatie 's avonds.

Bij klimaatinstallaties is het gebruik van water als PCM niet geschikt, gezien het feit dat de temperatuur van het smelten en bevriezen van water niet overeenkomt met het temperatuursgebied voor een behaaglijk klimaat in gebouwen. Voor de toepassing van materialen als PCM in gebouwen, dient het smelt- en stolpunt tussen de 18?C en 24?C te liggen. Hiervoor zijn speciale materialen ontwikkeld die bij voornoemde temperaturen meer dan 10.000 keer van fase kunnen verwisselen. Dit komt overeen met een levensduur van meer dan 20 jaar.